top of page
Search

De blindegeleidehond

een kerstverhaal



De blinde blindegeleidehond, een kerstverhaal

Ik zit zoals elke ochtend met mijn vrouw op het terras van  ons vast ontbijtcafé op de wandeldijk met zicht op de Middellandse zee. Net als ik een slok wil nemen van mijn koffie zie ik uit een ooghoek een man met een zwarte Labrador voorbij wandelen. De hond heeft een geelgroen jasje aan met daarop in grote letters ONCE.  De ONCE is de loterij die met de opbrengst van deze loterij andersvaliden helpt. De ONCE concurreert met de Spaanse Staatsloterij die vooral bekend is omwille van haar jaarlijkse superpot rond kerstmis, de ‘Gordo (de dikke) genaamd. De trekking daarvan is elk jaar op 22 december in de voormiddagen wordt rechtstreeks uitgezonden door de nationale zender.  Schoolkinderen halen dan de ballen met een nummer  uit de bollentrommel en roepen  dat nummer vervolgens met een van verveling druipend kinderstemmetje af voor een volgepakte zaal, ergens in een grote Spaanse stad. Hoewel het de meest vervelende tv is die je maar kan voorstellen  zitten miljoenen Spanjaarden dan aan hun tv (of de tv in de bar) gekluisterd in de hoop dat hun nummer met de ‘Gordo’ aan de haal gaat.  Om maar te zeggen dat de loterij, ONCE of staatsloterij voor de Spanjaard een soort religie is, een sociaal gebeuren ook, want hele wijken en dorpen leggen een pot samen om een stapel loterijbiljetten te kopen en bij de trekking wordt niet alleen de tv bovengehaald maar ook de barbecue, de merengue worsten, hompen brood en de flessen wijn en anijslikeur, want op een nuchtere maag kan je geen loterij winnen uiteraard.  Ik vermoedde eerst dat de man met de labrador die naast het terrasje waar we zaten  tegen de muur van het aanpalende huis botste, te diep in het glas had gekeken, maar bij nader inzicht bleek zijn Labrador een jonge blindengeleidehond te zijn die niet goed had opgelet op de hondenschool en in elk geval zijn diploma niet had gehaald.  De hond leidde de man tegen de gevels  en snuffelde daar geïnteresseerd aan de plasjes die door andere honden waren achtergelaten, waarna hij plots zijn interesse verloor en de blinde man meetrok naar een geparkeerde wagen in een zijstraat om daar  op zijn beurt tegen de wielen van de auto te plassen.  De blinde man liep op een sukkeldrafje  volledig gedesoriënteerd achter zijn hond aan tot het dier plots ons terras in de gaten kreeg en besefte dat daar misschien wel eten te schooien viel. De hond schoot onder een tafeltje op zoek naar kruimels en trok zijn baasje nu tegen enkele stoelen en tafels aan. Mijn vrouw besloot wijselijk om in te grijpen, snelde de man twee hulp en vroeg hem of hij hulp nodig had.

“Nee, het gaat wel lukken”. Antwoordde de man stoïcijns, terwijl zijn hond intussen rondjes rond hem liep zodat de man als een tol om zijn as draaide. “Mijn hond doet vandaag een beetje gek vind ik”, voegde hij er nog, enigszins overbodig, aan toe.  “Waar moet u naar toe? Zal ik u naar uw huis begeleiden?”vroegmijn vrouw nog, maar de blinde man wimpelde vriendelijk elke hulp af.  Hij vervolgde zijn weg over de zeedijk en ik sloeg mijn handen verschrikt voor mijn ogen toen ik zag dat de hond de man nu het strand op trok, waar dringend enkele duiven kost wat kost moesten worden opgejaagd.

Man en hond vervolgden hun weg zonder verder veel obstakels, terwijl mijn vrouw zich zorgen bleef maken of de man misschien de steenweg moest oversteken geleid door zijn blindengeleidehond die zelf wel blind leek.


Een verkoper van de ONCE Loterij met de typische groene vest aan.
Een verkoper van de ONCE Loterij met de typische groene vest aan.

Die avond besloten we om de kerststal van het dorp te gaan bekijken.  Net zoals hun loterij nemen  de Spanjaarden ook hun kerststal (bélén) ernstig.  Elk dorp in Andalucía koestert dan ook zijn bélén en er zijn zowaar ook al kerststal-routes ontstaan, waarbij het een geliefde toeristische weekend- uitstap is om verschillende dorpen en hun respectieve kerkstallen te bezoeken. Geen postmoderne nieuwlichterij hier, maar klassieke kerststallen, met in de onmiddellijke nabijheid een kroeg waar de wijn en de anijslikeur klaarstaan om de inwendige mens te versterken, want ‘;avonds durft het koud te worden in het bergachtige Andalusische binnenland.  Wij wandelden  die avond rustig naar de kerststal van ons dorp, die op het plein naast de kerk staat.  In de stal  zagen we het traditionele toneel. Er waren balen hooi, een houten voederbak die duidelijk nog steeds in gebruik was bij de lokale boer wegens erg versleten,  met daarin een beeldje dat kindje Jezus moest voorstellen en zowaar twee echte schapen  die rustig van het hooi stonden te eten, onder het goedkeurende oog van de  houten beelden van Jozef en Maria.  Tussen de twee schapen lag nog een ander dier te slapen. Geen os of ezel, maar tot onze verbazing zagen we dat het de zwarte labrador van die ochtend was. Hij had nog altijd zijn jasje van de ONCE aan en er was dus geen twijfel mogelijk dat dit de blindengeleidehond was.  “ Maar waar is zijn baasje?” vroeg mijn vrouw zich verschrikt af.  Ze stapte over de omheining, wurmde zich tussen de schapen door en zocht tussen de strobalen of de man er niet toevallig ook tussen gesukkeld was en misschien zijn roes lag uit te slapen , wat bij deze nachtelijke lage temperaturen fataal zou kunnen aflopen. Van de man was echter geen spoor te bekennen. Estrella nam voor alle veiligheid de hond mee aan de leiband en we gingen op zoek naar zijn baasje in de café’s op het plein. De kroegen zaten afgeladen vol met vrolijke en luidruchtige Andalusiërs die genoten van de wijn en tapas, gevolgd door ‘polverones, zandkoekjes die bij aanraking tot stof lijken te vergaan, en uiteraard de onvermijdelijke ‘chupitos, borreltjes anijslikeur.  Ik moest wel acht café’s aandoen vooraleer ik de blinde man uiteindelijk kon lokaliseren. Estrella bleef bij elke kroeg buiten in de kou staan wachten met de hond, want die mocht niet binnen, zodat ik helemaal alleen uit beleefdheid wijntjes moest drinken in alle café’s.  De blinde man zat helemaal alleen achteraan in een hoekje aan een tafel in  een café die toepasselijk  Bélén heette, wat niet alleen kerststal betekent, maar tegelijk ook de Spaanse naam voor Betlehem is. Ik schoof een stoel bij en zette me naast de blinde man en stelde me voor als de man die hem die ochtends met zijn hond had gezien aan het strand.” U hebt een zeer vriendelijke vrouw”, glimlachte de man.  “ Mijn hond heb ik buiten aan de deur moeten laten want hij mag hier niet binnen”, zei hij nu treurig. Er rolde een traan over zijn wang  die uiteindelijk in zijn borreltje met Anis eindigde. “ We hebben je hond in de kerststal gevonden, mijn vrouw wacht met hem buiten aan de deur.  Ze zal inmiddels ook wel een glaasje anis lusten” Ik nam de man bij de hand en we wurmden ons beiden door de mensenmassa naar de uitgang. De man had snel zijn glas anis meegegrist  voor Estrella zag ik . Toen we buiten kwamen liep de hond kwispelend en keffend van blijdschap op zijn baasje af. “Ik heb hem uit het asiel gehaald” vertelde de man nu. Als blindegeleidehond stelt hij niet veel voor, maar hij kent prima de weg naar huis en dat is voor mij al lang voldoende want meer heb ik niet nodig. Ik zie bij de zebrapaden nog goed het verschil tussen rood en groen. Hij houdt me thuis gezelschap als ik naar de radio luister.  Dat jasje van de ONCE dat hij aan heeft heb ik gekregen van mijn lotjesverkoper op de hoek.  Zo kunnen mensen zien dat ik blind ben want ik neem mijn witte stok niet mee als ik met hem ga wandelen. Hij heeft namelijk schrik van een stok, daarom denk ik dat hij vroeger werd geslagen en zo in het asiel is terecht gekomen.  Hier mevrouw, een glaasje anis voor u. Hartelijk dank dat u mijn hond bij me hebt gebracht.  Ik wens u een vrolijk kerstfeest en misschien ontmoeten we elkaar bij de middernachtmis.  Mijn hond mag in de kerk binnen omdat hij  een blindengeleidehond is ”   

-“Wat is uw naam, meneer?” vraag ik nog voor we afscheid nemen.

“”Ik ben Jésus, señor”

-“En hoe heet uw hond?”

-Caspar, señor.

We schudden de man de hand en Estrella en ik wandelen rustig naar huis.

-“Dat geloof je toch niet, dat die man Jésus heet”, zeg ik peinsend.

-“ Jésus is een veel voorkomende naam in Spanje”, zegt Estrella. De man van mijn nichtje Arantxa heet Jésus;hij komt trouwens mee naar het kerstdiner morgen.

  • “Ja, ik ken Jésus wel”, zeg ik. Bovendien heeft hij nog lang haar ook, maar dan voornamelijk omdat hij van HeavyMetal houdt.  Maar die hond dan?  Geloof je dat die echt Caspar heet, zoals één van de drie koningen?  Bovendien is het een zwarte labrador en volgens mij was Caspar ook de zwarte koning, Is dat allemaal niet wat teveel toeval, zo aan de vooravond van kerstmis?

  • “ Was Balthazar niet de zwarte koning?”  werpt mijn vrouw me nu voor de voeten.

  • “Een goede vraag voor morgen aan de kerstdis met de hele Spaanse familie”, zeg ik.” Iemand van de 36 genodigden; neven, nichten en ooms en tantes zal het wel weten.

  •  Misschien moeten we met zijn allen naar de middernachtmis afzakken om Jésus en Caspar op te pikken en dan kunnen ze mee eten”, zegt Estrella.

  • “ Strak plan” antwoord ik “ Zolang Caspar de tafels niet omtrekt..


 
 
 

Comments


©2021 by Alain Grootaers. 

bottom of page