Persoonlijke bepeinzingen over Perzië
- Alain Grootaers
- Mar 4
- 3 min read
Ik ben altijd al gefascineerd geweest door Perzië. Toen ik een jaar of twaalf was reisde mijn broer Guy, toen negentien, met de autobus (!) naar India. Dat moet rond 1976 geweest zijn; toen was er immers nog een regelmatige busservice vanuit Londen naar Calcutta (retour).

De bus passeerde België, reed via (West)-Duitsland, Oostenrijk, het toenmalig Joegoslavië, Bulgarije, Turkije, Syrië, Irak en Iran via Afghanistan en Pakistan tot in India. Het werd toen de ‘Hippie-trail genoemd, wat goed uitkwam, want mijn broer Guy was een Hippie pur sang, lang haar en Cannabisdampen inbegrepen, iets dat mijn vader - beroepsmilitair en streng- tot wanhoop dreef. Mijn moeder dacht dat het allemaal zo’n vaart niet zou lopen, tot ze er later achter kwam dat dat mooie plantje op de vensterbank van Guy zijn kamer, dat ze trouw water gaf, was ontsproten uit een zaadje Cannabis Sativa uit Afghanistan, een weetje dat de wijkagent haar had toevertrouwd toen hij vanop de straat de inmiddels flink uit de kluiten gewassen en in volle bloei staande plant had opgemerkt. Ik vond het allemaal bijzonder fascinerend; vooral dan de verhalen over de reis door Irak en Iran, een land dat ik liever Perzië bleef noemen, omdat ik het avontuurlijker en romantischer vond klinken. Perzië (Persis), zo leerde ik later, was de naam die de Grieken aan het land gaven en die verwees naar de Pars/Fars regio in het zuidwesten die ook zijn naam gaf aan de daar gesproken taal; het Farsi. Het was Sjah Rezi Pahlavi die in 1934 officieel verzocht om voortaan het endoniem Iran (de naam die de inwoners zelf al eeuwen gebruikten) te gebruiken in plaats van de exonym Perzië.
Toen ik dertig jaar geleden op reis was in het zuiden van India kwam ik in de staat Karnataka aan het strand een gepensioneerde Duitser tegen die tot daar was gereden in een DDR-legervrachtwagen die hij na de val van de muur goedkoop had gekocht van de Treuhand , had omgebouwd tot een mobile-home en knalroze had geschilderd, “om zijn vredevolle bedoelingen onderweg duidelijk te maken”, want India trok nog altijd veel peace and love people aan. Toen ik hem de volgende ochtend over het strand zag dartelen in een tangaslip met tijgermotief, wist ik beter de betekenis van zijn roze geverfde liebes LKW te kaderen. Ik vroeg ook aan de man of hij op die lange tocht onderweg geen problemen had ondervonden. Heinrich gaf deemoedig toe dat het allemaal geen peis en vree was geweest on the road, want ze hadden hem inderdaad bestolen. In Napels dan nog wel want daar hadden onverlaten ’s nachts zijn reservewiel gejat. In Turkije was hij zonder diesel gevallen, maar dat had hij opgelost door op frituurvet verder te rijden, iets dat zo’n ouwe DDR vrachtwagen gewend was. Verder had hij in Turkije, Irak of Iran totaal geen problemen gehad; de eerste golfoorlog zou namelijk pas later in 1990 losbarsten en de route door irak schier onmogelijk maken en aldus mijn eigen droom kelderen om met mijn motor van de Antwerpse Leopoldplaats naar het legendarische café Leopold in Bombay te rijden (waar blanke buitenlanders werden geronseld om te figureren in Bollywood-films), via mythische plaatsen als Shiraz en Bam in Iran, in het spoor van mijn inmiddels veel te vroeg overleden broer Guy. Misschien rijdt er straks wel weer een bus en kan ik de herwonnen Pers-vrijheid vieren met de Iraniërs in Persepolis.

Comments